Herinneringen van Chris van der Linden
oud-leerling van de openbare lagere school Frans Naerebout  aan de Grote Markt  (1957-1963)
(Bron: Herdenkingsboekje 100-jarig bestaan Frans Naereboutschool 1983)

Over de Frans Naereboutschool, 1957 tot 1963

Ik ben Chris van der Linden, geboren 13-12-1951 in Vlissingen. We waren thuis met 10 kinderen en woonden in de Breestraat nummer 5. Het was een groot, oud huis. Ik sliep met 3 broers op één kamer. Beneden ons was een schilderswerkplaats. Mijn vader werkte op de melkfabriek.
Toen ik voor het eerst naar de Frans Naereboutschool ging, zaten er reeds 3 broers en één zus van mij op school.
Mijn broer Jan ging ’s zaterdags na schooltijd helpen op de markt met bloemen verkopen. Hij deed dat ook wel door de week of op zondag door middel van leuren langs de deuren, waarbij wij hielpen de restanten te verkopen.
Ook gingen we vaak op het land werken: aardappelen rapen of uien snijden. Dit om wat bij te verdienen om kleren te kunnen kopen. Mijn zus Riet werd vaak thuisgehouden om te helpen in de huishouding of om op de kleintjes te letten. Dit resulteerde in slechte rapporten.
In de winter moesten wij allemaal ons steentje bijdragen, door middel van hout zoeken of kolen zoeken. Bij ons in de buurt was een opslagplaats voor kolen, daar stalen we wel eens wat bruinkolen of we zochten bij de oude P.Z.E.M.-centrale naar oude nog niet afgebrande kolen.
Voor schooltijd speelden we vaak op de Glooiing, vooral als het stormde, dan liep je voor de golven uit en klom dan tegen de muur, waarbij het vaak gebeurde dat je te laat kwam. Dan kwam je met een nat pak op school en werd je door één van de leraren naar huis gestuurd om droge kleren en kon je de tijd die je te laat kwam nablijven. Dan kreeg je als je thuis kwam daarna ook nog straf: houtjes hakken, boodschappen doen.
               

In de schoolpauze speelden we vaak voetbal tegen de Prins Willemschool, wat vaak uitliep op kapotte ruiten en vechtpartijen.

In de winteer hadden we sneeuwballengevechten, dan bouwen we sneeuwhutten op het schoolplein, tot ongenoegen van vele leraren. We hadden in de vierde klas een leraar, Heerebout heette hij geloof ik, die gaven we de bijnaam “de Monnik”, omdat hij vrij kaal was. Bij deze leraar kreeg ik vaak typeles, als ik school moest blijven, en dat was vrij vaak, of … moest ik voor de les begon, komen helpen.
Wij zijn ook wel eens van school gestuurd door de heer Bil, dat was het schoolhoofd, omdat ons haar te lang was. Wanneer mijn vader dan ’s avonds thuis kwam, zette hij een bloempot op ons hoofd en knipte al het haar wat daar onderuit kwam, af. Dit was een vreselijk gezicht en ik schaamde me verschrikkelijk. Ik wist dat ik de volgende dag naar school moest en daar zou worden uitgelachen.
Ik schaamde me ook vaak als we van mijn moeder kleren kregen, die we dan aan moesten. Wanneer we naar school gingen werd je dan vaak uitgelachen, omdat die kleren veel te groot of te klein waren. Of, omdat een ander die gisteren nog gedragen had.
Ik hoop dat u een beetje een indruk gekregen hebt, in welke omstandigheden wij vroeger naar school gingen en moesten studeren.

Chris van der Linden