Herinneringen van mevr. Jannie de Grave-de Nooijer
oud-leerlinge van de openbare school B  aan de Grote Markt (leerling van 1925 t/m 1931)
(Bron: Herdenkingsboekje 100-jarig bestaan Frans Naereboutschool 1983)

We woonden met ons gezin, vader, moeder en 5 kinderen in de Vrouwestraat, op nummer 27.
Zevenenvijftig jaar geleden, in 1925, was het zover, dat ik naar school ging, 5½ jaar oud. In die tijd moest je vóór 18 februari 6 jaar zijn. Half augustus begon het  schooljaar.  Het hoofd der school heette toentertijd  mijnheer de Jong.

Ik kwam in de eerste klas bij juffrouw Braat. In die klas begonnen wij, 9 meisjes en 14 jongens, aan onze schooljaren. We leerden rekenen, schrijven, lezen en zingen. De liedjes die we leerden, en waarvan ik de titel nog weet waren:  drie kleine poesjes, klein Jantje had een broekje aan, een broekje met echte knopen, enzovoorts. We hadden nog een schoolbord, dat op een ezel stond.
In de eerste klas gingen we voor onderzoek naar het Burgerweeshuis in de Badhuisstraat naar de schoolarts, dokter  Smit.

                               
                                                         Het Burgerweeshuis in de Badhuisstraat – gesloopt in 1970

Ik herinner me ook, dat als bij het wisselen van tanden er een tand uitviel of werd uitgetrokken, je daarvoor van mevrouw Braat een stuivertje kreeg!
Volgens de foto van de 1e klas waren de jongens gekleed in matrozenpakjes en andere stoffen pakjes, zomer en winter in korte broek, kniekousen met hoge schoenen of klompen. De meisjes in een loshangend jurkje, lange wollen kousen met knoopschoentjes en kort haar met een strikje.

Je ging over naar de tweede klas bij juffrouw Andriessen, waar we naast rekenen, schrijven, lezen en taal ook nog handwerken kregen. We leerden recht en averecht breien.
Sinterklaas werd ook gevierd, samen met de kinderen van de eerste en de derde klas. Daar leerden we weken van te voren liedjes voor. Ik weet nog, dat als je lief was en goed je best deed, je naam in kleur op het bord kwam en als je dat niet was, je naam met een gewoon krijtje werd opgeschreven en dat allemaal voor Sinterklaas! Hij moest natuurlijk weten welk kind zoet of stout was geweest!
Op 5 december stonden we dan in de gymzaal klaar om Sinterklaas te ontvangen. In die tijd kwam Sinterklaas op zijn paard samen met Zwarte Piet naar school. Als hij dan binnenkwam zongen wij:  “Kom binnen, goede Bisschop, uw stoel staat hier reeds klaar”. Cadeautjes kregen we niet, er werd gestrooid en we kregen speculaasjes.

In de derde klas kwamen we bij mevrouw Stofkoper.  Op een foto van de 3e klas, gemaakt in de gymnastiekzaal, telde ik 4 meisjes en 17 jongens, een groot verschil met de 1e klas. Er bleven namelijk veel  kinderen zitten. Er was een jongen in deze klas, die niet kon leren. Hij zat 3 jaar later nog in de 3e klas. Dat komt nu gelukkig niet meer voor.
We brachten iedere week 5 cent of een dubbeltje mee voor het schoolreisje. Dat ging naar Domburg met de Domburgse tram. We mochten dan een poosje naar het strand en daarna wandelden we naar de vijver in het bos. Dit reisje was altijd samen met de 4e klas.


                                           
                                                                                              Stoomtram Walcheren

Bij mevrouw Stofkoper moesten we bij het netjes zitten niet met de armen over elkaar, maar met de handen gevouwen op de bank. We hadden weer dezelfde schoolvakken.
We waren nu volop aan het schrijven met kroontjespen en inkt en we maakten op handwerkles een inktlap van allerlei katoenen lapjes van gelijke grootte, die in het midden met een knoop werden vastgenaaid. Ieder kind had zo’n inktlap in het kastje.

De vierde klas bij meneer van Maris. Hij had de gewoonte om de kinderen bij de achternaam te noemen. In die klas begonnen de strafregels: in de lagere klassen was in de hoek staan meestal de straf die je kreeg. In deze klas kregen we ook aardrijkskunde, geschiedenis, tekenen en gymnastiek. Handwerken kregen we nu van juffrouw Braat. We moesten een katoenen kous breien en een nachtzak maken, waar je overdag je nachtpon in kon doen. Ik kreeg een rode lap en daar moest ik met de hand de naadjes naaien met een stiksteekje en overnaaien met de zoomsteek. Dan schreef juffrouw Braat er netjes  “Goedennacht” op en die letters borduurden wij met de steelsteek met witte katoen.
Ik was een middelmatige leerling. Handwerken deed ik graag. Blijkbaar had in mijn nachtzak zo netjes gemaakt, dat ik hem in elke klas mocht laten zien.
De winter in de vierde klas, 1928-1929, was streng met veel sneeuw en ijs. We kregen nogal eens een vrije middag om te sleeën en te schaatsen.
Het waren ook de crisisjaren met stakingen, enzovoorts. Verschillende kinderen uit onze klas en ook uit andere klassen mochten naar de eetzaal gaan eten. Ook waren er enkele kinderen die vrijdagsmorgens naar de Hervormde Kerk gingen voor Godsdienstonderwijs.
Het schoolreisje uit deze klas is me het meest bijgebleven. ’s Morgens stonden op het schoolplein 2 jan-pleziers met 2 paarden ervoor klaar voor de kinderen van de 3e en de 4e klas. Er werden een mand broodjes en een zak pinda’s ingeladen en op weg gingen we over Middelburg, Veere en Vrouwenpolder naar de uitspanning Oranjezon, waar de paarden verzorgd werden en wij aan een lange tafel de meegebrachte broodjes opaten met een glas melk (volle melk met vellen, brrr!!!)
Na de maaltijd gingen we nog even schommelen, daarna instappen en op weg naar Domburg.  In de Noordstraat bij café Wilhelmina was er weer een stopplaats. Daar kregen we een glaasje ranja. Daarna nog even naar het strand, waar we allemaal een handje pinda´s kregen.
Terug naar huis over Westkapelle, waar in een bocht mijn muts afwaaide en ik dus zonder muts thuiskwam. Via Zoutelande, Biggekerke, Koudekerke en Vlissingen terug naar het schoolplein, waar de moeders ons stonden op te wachten.

                    

Er waren twee scholen op de Grote Markt naast elkaar: school B en school D. Ik denk dat die laatste school opgeheven werd toen ik naar de 5e klas ging. Er kwamen kinderen van die school bij ons. Deze school is wat verbouwd en er werden later drie 7e klassen en één 8e klas in ondergebracht.

In de vijfde klas was mijnheer de Baare onderwijzer. Bij hem kregen we voor het eerst muziekles: noten leren lezen en schrijven. We zongen toen liedjes als: “Sikkels blinken, sikkels klinken”, “’s Morgens vroeg als ’t Haantje kraait” en “In een blauw geruite kiel”. We leerden veel liedjes in die tijd.
Meneer de Baare kan ik nog goed voor me halen. Hij had een lamme hand en had de gewoonte om met die hand een mep te geven als er iets niet goed ging. Het waren vroeger ook niet allemaal lieverdjes en als hij strafte was het wel verdiend. Het schoolreisje was samen met de 6e klas naar Rotterdam met de trein.

In de zesde klas was de onderwijzer mijnheer de Jong, tevens hoofd der school. Op een schoolfoto, gemaakt in de poort, telde ik 8 meisjes en 20 jongens. Ik ben het enige meisje dat nog over is van de 1e klas van school B en Nel Peeman van de andere school. In deze klas hadden we nog een medisch schoolonderzoek in het Burgerweeshuis.
De school ging met zijn tijd mee, want in de zomer van 1931 mochten we leren zwemmen. Je moest betalen, naar wat je vader verdiende. Ik moest f. 0,50 betalen. Half mei ’s morgens om acht uur had ik mijn eerste les.
Half acht ging ik de deur uit, lopend, want ik had geen fiets. Via StenenBeer, Droogdok, Scheepjesbrug, Koningsweg, Keersluis en Jaagpad en dan was je bij het zwembad aan het Kanaal. De eerste morgen was het droogzwemmen op een bankje, gauw aankleden en zorgen dat je om 9 uur op school was.
De tweede dag moest je het water in, het was erg koud. Ik durfde eigenlijk niet erg. Aan een tree van een trapje moest je de beenoefeningen doen. Zo ging dat een paar dagen door en dan aan de hengel. Lang heb ik het niet volgehouden. Toen ik een paar keer weer niet in het water wilde, zei de zwemjuf: “Morgen doe ik je kopje onder”. Ik ben nooit meer geweest!
De kleding van de meisjes is fleuriger geworden: ruiten, strepen en gebloemd. Wel nog steeds wijde jurkjes, lange kousen en in de zomer: sokken. De jongens korte broek met bretels, overhemd en das. Enkele jongens droegen er een pullover over heen. De haren van de jongens waren kort geknipt met een scheiding, enkelen nog kaal met een kuifje.
Er zaten wat grote jongens in de klas, die nogal eens overhoop lagen met mijnheer de Jong en die veel strafwerk kregen. Deze jongens spaarden beslist niet mee om mijnheer de Jong met Sinterklaas een doos sigaren te geven. Mijnheer bracht dan een doos flikken mee en verdeelde die onder de kinderen, die wat gegeven hadden. De jongens die niet mee gespaard hadden kregen niets, en dat was toch ook niet leuk.
Het schoolreisje was dat jaar samen met de 5e klas naar Antwerpen met een bus van Graaf Eiland. We hebben toen voor het eerst van ons leven een tunnel gezien en er door heen gelopen. Ook zijn we nog naar de dierentuin geweest. Ik kreeg toen voor een gulden aan Belgische francs mee om zelf wat te kopen.
We gingen als afscheid van de lagere school in juli nog een dagje naar het Watermachien Valkenisse om spelletjes te doen; ’s morgens om 9 uur weg en ’s avonds thuis.

Er werd ondanks de armoede, die er toen was, nog veel gedaan voor de kinderen van school B en ik weet zeker, dat veel kinderen van toen nog dikwijls herinneringen ophalen van hun school aan de Grote Markt.

Ik kreeg er in de 6e klas nog een broertje bij. Ons gezin had toen 6 kinderen: Marie, Bep, Jo, Jannie, Corrie en Lieven en alle zes de kinderen de Nooijer zijn op de Grote Marktschool geweest.

Oud-leerlinge

Jannie de Grave-de Nooijer