Herinneringen van Barbara Oosterveen-Perwics
oud-leerling  van de openbare lagere school Frans Naereboutschool
(Bron: Herdenkingsboekje 100-jarig bestaan Frans Naereboutschool 1983)

Terugdenkend aan je lagere schooltijd. Voor mij is het geen onverdeeld genoegen, ik was niet zo’n ster weet je. Maar als ik er aan terugdenk, dan denk ik automatisch aan meneer Bil. In mijn tijd was hij het hoofd van de school. Hij had de zesde klas. Vreemd, alle kinderen van de lagere klassen hadden een heilig ontzag voor hem, ik ook natuurlijk. Wij hoorden altijd de ‘wildste’ verhalen over hem van de ‘groten’ uit de zesde. Hij zou zo streng zijn, op zijn zachtst uitgedrukt: het was geen fijne meester.
Ik weet nog precies hoe ik bij hem in de klas kwam. Ik was overgegaan naar de vierde naar de vijfde klas, we kwamen in de klas van de heer Groen. Wij zaten nog geen uur in de vijfde of meneer Bil kwam de klas binnen. Hij vertelde dat ons lokaal te klein was voor het aantal kinderen dat er zat en dat er dus een stuk of vijf tot zeven kinderen bij hem in de klas moesten. Wie gaf er zich op als vrijwilliger? Niemand! Ik zei al dat we min of meer bang voor hem waren. “Maar”, zei hij, “de zesde klas is nog drie dagen vrij, dus de kinderen die bij mij komen, ook!”
Toen gingen ineens alle vingers omhoog! Ik vond dat eigenlijk wel triest voor meneer Groen, dat wij allemaal bij hem weg wilden en dat we nu wel bij de heer Bil wilden, met drie vrije dagen in het vooruitzicht. Dus liet ik mijn arm weer zakken. Ja, zei hij, nu willen jullie wel he?
Dam wijs ik er wel een paar aan en ja hoor, ik moest ook. Bofte ik even? Nou ja, mijn vriendin Joke moest ook, dus dat gaf de burger weer moed.
Door de andere kinderen van de vijfde werd er natuurlijk gelijk geroepen, dat het was omdat we te “stom” waren, met andere woorden dat we extra aandacht nodig hadden en misschien was dat ook wel zo. Ik heb het nooit geweten. De leraren hebben altijd volgehouden, dat het verhaal dat meneer Bil had verteld de waarheid was en zeker geen smoes. Ik heb daar dus nooit een minderwaardigheidsgevoel door gekregen.

Zeker is dat ondanks alle negatieve verhalen over mijnheer Bil hij voor mij de fijnste leraar is geworden, die ik ooit heb gehad. Ik denk nog altijd met plezier aan hem terug en ik zeg nog wel eens: alles wat ik op de lagere school heb geleerd, heb ik van hem geleerd.
Zeker, hij was streng, maar rechtvaardig. Je kon op hem rekenen. Deden we goed ons best dan stond er iets leuks tegenover, maar zat je hem in zijn vaarwater, borg je dan maar! Maar dan wist je altijd voor jezelf: “eigen schuld, dikke bult.”

Het liefst hadden we aardrijkskunde van hem, ik in ieder geval. Hij wees niet zomaar plaatsen aan in de diverse landen, maar vertelde erover. Hij was verschillende keren in het buitenland geweest op vakantie, wat toen nog een bijzonderheid was. De meesten van ons waren niet verder dan Antwerpen geweest. Maar hij was al in Zwitserland geweest en wees dan de route aan en de bergen. Hij vertelde hoe eng het onweer daar was en hij was ook in Italië geweest, alles met een touringcarbus en vertelde van de plaatsen die hij op die route was tegengekomen en wees die op de kaart aan. Ongemerkt leerden we waar Milaan en Genua en Pompeï lagen.
Hij vertelde altijd heel boeiend. Of dat opzet was “pedagogisch” zoals we dat nu noemen of dat hij zich gewoon liet meeslepen? We zullen dat nooit weten, maar als u een plaats in Italië moet zoeken, kun je dat aan mij vragen, want ik denk dat ik hem u zo kan aanwijzen. Die kaart ken ik.

Is dat het enige dat ik nog weet? Nee hoor, voorlezen bijvoorbeeld. Wat deed die man dat goed. Je zat met zweet in je handen als het spannend was. Of zingen. “Klokke Roeland”. Mooie melodie, maar van de tekst snapte niemand iets.

Zou hij nog leven? Ik heb hem misschien nog eens een keer gezien, toen ik al getrouwd was, daarna nooit meer. Zou hij zich nog herinneren dat we eens samen gezongen hebben? “Zonnetje gaat van ons scheiden”. Hij tweede stem. Als ik het lied hoor denk ik daar altijd aan terug. Dat kwam zo: als we zingen hadden, dan mocht er altijd iemand een liedje uitkiezen, dat we dan met de hele klas zongen. Toen ik aan de beurt was, koos ik dat lied uit het boekje. Maar toen we begonnen te zingen, bleek niemand het te kennen. Maar hij beduidde me door te zingen, twee coupletten lang. Leuk was dat!

Ach ja, school, wat was dat voor mij. Meneer Bil, zeker, maar ook de ellende van een linkshandige die toch met haar “mooie”, haar “goede” handje moest leren schrijven, alhoewel dat door mij als tegendraads, oneerlijk, moeilijk, zelfs gemeen werd ervaren.
Gelukkig dat de kindren nu gewoon links mogen schrijven als ze linkshandig zijn. Ik heb in ieder geval nooit een acht gekregen voor schrijven!

Het ga je goed school. Al met al toch ook wel een leuke tijd gehad.

Barbara Perwics-Oosterveen